DOOR GERT VAN MAANEN (TEKST) EN NIENKE PRINS (ENQUÊTE) - BEELD: NIBI & BIONIEUWS - 14-02-2025 - Biologie

Het leden- en lezersonderzoek van het NIBI en Bionieuws is bijna samen te vatten in één zin: goed bezig, ga vooral zo door en blijf (minstens twaalf keer) op papier uitkomen! Al levert het ook veel kritische opmerkingen en nuttige (en tegenstrijdige) suggesties.
‘Goede kwaliteit conferentie, Bionieuws altijd leuk om te lezen, actieve vereniging’, ‘prettig blad, goede initiatieven’ en ‘timmert aan de weg, zoals wij (de oprichters) begin jaren tachtig bedoelden’. Er is bijna een overdaad aan anonieme schouderklopjes en toejuichingen in de toelichtingen die 942 NIBI-leden hebben ingevuld in het leden- en lezersonderzoek, dat tussen 13 december 2024 en 10 januari is afgenomen. Maar liefst 16,5 procent van de 5.725 via e-mail uitgenodigde leden nam de moeite om de dertig vragen in de enquête te beantwoorden, een prima respons. Het onderzoek geeft hiermee een actueel beeld van de NIBI-leden en Bionieuws-lezers, wat hun beweegt en wat zij ervan vinden als het vakblad minder frequent op papier en vaker via digitale kanalen zou verschijnen (zie diagrammen).

Zeker opmerkelijk is de algemene mening over het NIBI en Bionieuws. Voor de vakvereniging typeert 27 procent van de respondenten die als ‘excellent’ en 61 procent als ‘goed’ en voor het vakblad is de waardering zelfs nog groter, met 39 procent ‘excellent’ en 53 procent ‘goed’. De 1 procent die Bionieuws als ‘matig’ of ‘slecht’ beoordeelt geeft in de toelichting vaak aan dat ze het blad niet of nauwelijks lezen en het een te hoge frequentie heeft (‘zonde van het papier’). Vergeleken met lezersonderzoeken uit 2013 en 2021 is de waardering voor het vakblad zelfs nog een beetje gegroeid: toen vond respectievelijk 27 en 26 procent van de respondenten Bionieuws ‘excellent’ en kenschetste 64 en 67 procent het als ‘goed’. Het lezen van Bionieuws is met 63 procent ook verreweg de voornaamste reden waarom respondenten lid zijn geworden van het NIBI, 17 procent geeft aan dat te doen om de biologie te steunen en 13 procent vanwege de onderwijsconferenties.
VERGRIJZING
Vrouwen zijn onder het ledenbestand en lezerspubliek licht in opmars. Volgens het lezersonderzoek uit 2013 waren mannen nog met 60 procent oververtegenwoordigd, maar dat is nu gedaald tot 53 procent, terwijl het aandeel vrouwen steeg van 40 naar 46 procent. De vergrijzing slaat wel toe: met 28 procent is ‘boven de 65’ de grootste leeftijdscategorie. Dat is ook in overeenstemming met het hoge aandeel trouwe leden en lezers: liefst 44 procent geeft aan al meer dan twintig jaar lid te zijn en in 2021 lag dat nog 2 procent hoger. Zo’n 19 procent is minder dan vijf jaar lid en dat was in 2013 nog 26 procent. Dit wijst erop dat vooral de aanwas terugloopt, terwijl de studentenaantallen in de biologie in die periode stegen: van 963 eerstejaars in 2014 met plus 33 procent tot 1.283 in 2024. Het NIBI en Bionieuws verliezen dus marktaandeel.
Vrijwel alle leden en lezers hebben
een academische opleiding gevolgd (87 procent)
Vrijwel alle leden en lezers hebben een academische opleiding gevolgd (87 procent) en het merendeel (55 procent) geeft aan werkzaam te zijn in de sector educatie. De meest gelezen rubrieken in Bionieuws zijn het achtergrondartikel (56 procent), nieuwsberichten (42 procent), voorpaginanieuws (36 procent), korte nieuwsberichten (32 procent) en onderwijs (28 procent). De onderwijspagina wordt ook het vaakst overgeslagen (33 procent), gevolgd door column (19 procent), in bedrijf (18 procent), peiling en recensie (beide 12 procent). Bij de toelichting hierop geven vrij veel respondenten aan dat ze het ‘(niet) relevant of interessant’ vinden voor ‘mijn vakgebied’. De een vindt dat ‘te veel focus op middelbaar onderwijs’ ligt, een ander wil ‘meer onderwijsnieuws (passie en inspiratie)’ en er zijn zowel respondenten die het ‘niveau te hoog’ vinden als ‘beknopt en to the point’ of ‘goed geschreven en informatief’.
DIGITAAL
Wat betreft de verschijningsfrequentie van Bionieuws vindt een meerderheid twintig keer toezending op papier ‘precies goed’ (53 procent), maar kenschetst ook ruim een kwart (27 procent) dat als ‘te hoog’. Helemaal overschakelen naar digitaal vindt een meerderheid (53 procent) een slecht idee en wordt door maar 13 procent omarmd als ‘uitstekend’ of ‘goed’. Ook voor vier keer per jaar zijn maar weinig respondenten te porren, maar bij twaalf keer per jaar zijn er geen duidelijke meerderheden meer: 32 procent vindt dat nog steeds een ‘slecht’ of ‘matig’ idee, maar bij 46 procent valt dit wel in goede aarde. Aan een andere ‘media-uiting van het NIBI naast Bionieuws ’ zegt 93 procent geen behoefte te hebben en het aantal respondenten dat Bionieuws of het NIBI volgt via socialemediakanalen is beperkt: de hoogste score wordt behaald op LinkedIn met beide zo’n 7 procent.
'De enquête levert veel stof
tot nadenken'
Van de respondenten geeft 90 procent aan Bionieuws het liefst op papier te lezen. De huidige app en website blijven ieder schamel steken op zo’n 5 procent. Ook geeft 42 procent aan ‘nooit’ en 47 procent hooguit ‘maandelijks’ de website te zullen bezoeken ‘als Bionieuws voortaan minder frequent of volledig digitaal verschijnt’. Zoals zo vaak biedt het leden- en lezersonderzoek geen eenduidige route tot succes die iedereen tevreden stelt en biedt het geen inzicht in de redenen waarom veel biologen géén lid of lezer zijn. Toch levert het zeker al veel stof tot nadenken om de diensten van vakvereniging en vakblad beter af te stemmen op de wensen die onder betrokken biologen leven. Wordt vervolgd.
942 NIBI-leden hebben het leden- en lezersonderzoek ingevuld
63% Noemt het lezen van Bionieuws als voornaamste reden om lid te zijn geworden van het NIBI
90 procent leest Bionieuws het liefst op papier
44% Liefst 44 procent geeft aan al meer dan twintig jaar lid te zijn