De wijkagent

"Werken met mensen is enorm leuk"

Berkel en Rodenrijs - René Vriendts (55) was ooit de jongste politieagent bij het korps Rotterdam. Hij was toen 17 jaar. Sinds 12 jaar is hij wijkagent in Bergschenhoek. We spraken met hem op het bureau aan de Raadhuislaan.

Marianne Karsemeijer

René is één van de drie wijkagenten in Bergschenhoek. De andere twee zijn Nancy Ras en Erik Noteboom. Officieel hebben ze alle drie een eigen wijk, maar in de praktijk doen ze met z'n drieën heel Bergschenhoek. Dit betekent dat ze ook alledrie de kennis over heel Bergschenhoek hebben en dat is prettig werken.

Jongste agent

Voordat hij 12 jaar geleden begon als wijkagent was René een aantal jaren werkzaam bij de politie als adviseur bij criminaliteitspreventie. Zijn werkzaamheden betroffen onder andere de opzet en behandeling van de politiekeurmerken Veilig Wonen, Veilig Uitgaan en Veilig Ondernemen. In de laatste jaren als adviseur heeft hij zich bezig gehouden met hoog risico objecten. Hij gaf advies en maakte risicoanalyses om criminaliteit te voorkomen. Daarvoor heeft hij een half jaar op bureau Slinge als bureaucoördinator gewerkt. En al de jaren daarvoor, vanaf 1982 aan de zuidkant van Rotterdam op bureau Hoogvliet waar hij de jongste agent ooit bij het korps Rotterdam was.
René vindt Bergschenhoek een leuk gebied om in te werken. "Het werk is heel veelzijdig", zegt hij, "doordat er nieuwbouw en oudbouw door elkaar lopen, veel verschillen in woonwijken, er is een winkelgebied, een bedrijventerrein en het Lage Bergse bos. Daarnaast hebben we drie scholen voor voortgezet onderwijs, een zwembad, de moskee en het gemeentehuis binnen onze gemeentegrenzen, genoeg afwisseling dus."

Werk is anders dan in de stad

Het werk in een dorpse omgeving is heel anders dan in een stad. Op het moment dat je daar het bureau uitstapt, stap je het werk in, mensen in de stad leven meer op straat. Met name de eerste jaren in Bergschenhoek heeft hij ervaren dat het werk niet op straat ligt maar achter de voordeur. Mensen houden problemen meer voor zichzelf. Als wijkagent moet je dus zelf contact gaan zoeken met jeugdgroepen en dergelijke. Zo zijn de wijkagenten elke vrijdagavond in jongerencentrum The Point te vinden. "We kennen heel veel jongeren op een positieve manier", zegt René. "Daarnaast hebben we een goed contact met buurtbemiddeling. De wijkagenten gaan niet zelf een bemiddeling in, wij stellen de mensen voor dat ze gebruik kunnen maken van buurtbemiddeling omdat het hoofdzakelijk civiel rechterlijke zaken zijn, zoals woonoverlast, en dergelijke. Op het moment dat je als politieagent gaat bemiddelen verwachten ze ook een antwoord. Wij kunnen mensen niet altijd helpen, terwijl ze er als burgers onderling vaak wel uit komen."

Personeelstekort

"Een wijkagent wordt gezien als de spil van een wijk", vertelt René verder. "Door personeelsgebrek kunnen we nu veel minder in de wijk aanwezig zijn omdat je belast wordt met andere zaken, die dan ook weer werk genereren, dat is jammer. Voorheen konden de wijkagenten zelf hun rooster bepalen, nu wordt het rooster voor ons ingevuld. Hierdoor komt het voor dat we niet op vrijdagavond in de wijk kunnen zijn. Terwijl dat de avond is dat het jongerencentrum open is, jongeren elkaar ontmoeten op straat, het drukker is bij de winkels. Juist dan moet je in je wijk zijn om aan te voelen en te zien wat er gebeurt."

Corona

Ook corona heeft veel invloed op het werk. Het aantal huisbezoeken wordt beperkt. En zaken worden minder snel opgepakt omdat er minder persoonlijk contact is. Dit is vooral voor slachtoffers lastig. Als wijkagent moet er veel uitgelegd worden en mensen hebben niet altijd begrip voor de situatie. Jongeren willen elkaar toch ontmoeten. Ze moeten door corona momenteel een groot deel van hun leven missen. Daar is vanuit de wijkagenten begrip voor en ze treden ook alleen op bij mensen die echt niet luisteren. Maar de regels moeten wel nageleefd worden en soms is dat moeilijk uit te leggen. Dat is niet altijd makkelijk, aldus René.

Mondiger

René vindt het werken met mensen enorm leuk. Het werk is elke dag anders. "We blijven leren, ook na al die jaren", zegt hij. "Voor ons zijn successen vaak kleine succesjes, mensen helpen, maar dat is wel fijn. De diversiteit is leuk. Mensen zijn mondiger geworden, ze zoeken de grenzen op, dat is niet erg. Maar het is belangrijk dat er met respect omgegaan wordt met elkaar. We spreken mensen ook altijd op een respectvolle manier aan. Ons uniform is een visitekaartje, maar het gaat om de mens erin."