Een microscopisch beeld van bier- of boekwormpjes. Foto: Stug Stug

Een bedreigd bierwormpje dat zijn leven sleet in ‘vochtige bierviltjes in Silezië’ steekt nu over de hele wereld zijn kop op als vrijlevend microwormpje.

Als vakblad hanteert Bionieuws de regel nooit in de eerste persoonsvorm te schrijven: de redacteur is toeschouwer, geen deelnemer. Aan het slot van mijn loopbaan overtreed ik graag deze regel voor mijn verhaal over het bierwormpje dat ooit Turbatrix silusiae heette en waarmee ik als beginnend bioloog een bijzondere band begon. De soort staat vermeld in de tweedelige Sesam-Atlas bij biologie (1970), verplichte leerboekjes die eigenlijk alles bevatten wat een bioloog moest weten. Bij ‘Systematiek’ op pagina 249 over rondwormen (nematoden) staat: ‘Tubatrix silusiae leeft uitsluitend in vochtige bierviltjes in Silezië.’ Ook evolutiebioloog Richard Dawkins noemt deze soort in The selfish gene als een soort die dapper zijn genen in stand houdt in de nogal nietige en kwetsbare leefomgeving onder vochtige bierglazen. Vandaar dat ik veertig jaar geleden in het Groninger biologenblad opriep toch vooral bierviltjes vochtig te houden om uitsterven van bierwormpjes te voorkomen (Rauwkost, 1985). Nu het einde van mijn loopbaan in zicht komt, deel ik graag hoe het deze soort is vergaan.

Tekening van het artikel over het bierworpje in het Groningse biologenblad Rauwkost in 1985. Illustratie: © Monique Mulder.

De soort heet nu Panagrellus redivivus, vrij vertaald: ‘opnieuw tot leven gewekte’ (redivivus), ‘algemeen voorkomende’ (pan) ‘nematode’ (grellus). Het is hetzelfde soort aaltje dat oertaxonoom Linnaeus in azijn en boeklijm aantrof, in 1767 Chaos redivivum doopte en dat sindsdien minstens dertien naamsveranderingen of -herschikkingen doorstond (Journal of Nematode Morphology and Systematics, 2009). Meestal omdat de soort opdook of werd aangetroffen in andere obscure materialen zoals behangerslijm, tarwe- en rijstpap.

Genoomanalyses aan P. redivivus wijzen erop dat deze soort erin is geslaagd een vrijlevend bestaan in meerdere niches op te bouwen (Genetics, 2013). Wereldwijd worden deze bier-, boek- of microwormpjes nu massaal gekweekt op havermout als visvoer voor aquariumvissen of modelproefdiertjes. Bierviltjes nathouden is dus niet meer nodig voor hun instandhouding, maar het kan vast ook geen kwaad.