Door Willy van Strien - Foto: Ionut Iorgu - 28-11-2025 - Interview

Entomoloog en EIS-directeur Roy Kleukers op veldwerk: ‘Om insecten te beschermen kun je er het beste op toezien dat hun leefgebieden in orde zijn.’ Foto: Ionut Iorgu
Sinds Roy Kleukers als student insecten door de microscoop bekeek, heeft deze diergroep zijn belangstelling. En steeds meer mensen delen die interesse, constateert hij.
‘Als student biologie in Nijmegen had ik geen speciale aandacht voor insecten. Tot ik een onderzoekstage deed aan de zes soorten amfibieën die leven in de Hatertse en Overasseltse Vennen. Om te begrijpen hoe die naast elkaar kunnen voorkomen, zochten we onder meer naar verschillen in hun dieet. We spoten water in hun maag om de maaginhoud naar buiten te spoelen. Ik bekeek die door de microscoop, en werd gegrepen door de schoonheid van de insecten die ik aantrof en hun diversiteit’, vertelt entomoloog Roy Kleukers. Die grip bleek stevig, en nu is hij al vijfentwintig jaar directeur van de stichting EIS Kenniscentrum Insecten. Op de jubileum herfstbijeenkomst van de Nederlandse Entomologische Vereniging, 29 november 1, ontvangt hij de Uyttenboogaart-Eliasen prijs voor zijn inspanningen om kennis over insecten te vergroten en te delen. De Uyttenboogaart-Eliasen Stichting bevordert insectenstudie met subsidies en beurzen, en met de prijs die eens in de vijf jaar wordt uitgereikt. ‘Dat ik die nu krijg, had ik niet zien aankomen’, zegt Kleukers wat beduusd. ‘Ik zie het als teken van waardering voor het hele EIS-team.’
Sprinkhanen
Na zijn eerste kennismaking met insecten onderzocht hij voor een stage bij het toenmalige Rijksinstituut voor Natuurbeheer hoe de begrazingsdruk op graslanden uitwerkt op populaties van sprinkhanen. Die diergroep werd zijn specialisme. Na afstuderen kon hij bij EIS aan de slag als coördinator van het Nederlandse atlasproject sprinkhanen en krekels. ‘Ik vond het leuk om het basale werk te doen: de verspreiding van soorten in kaart brengen en volgen hoe het met ze gaat.’
Trends
Dat bleek meteen al verrassend. Het project begon in 1990, in de tijd dat duidelijk werd dat het klimaat veranderde. ‘We zagen onder onze ogen veranderingen optreden in de sprinkhaanfauna. Vanuit zuidelijke gebieden verschenen nieuwe soorten, zoals het zuidelijk spitskopje. Daar waren we helemaal niet op bedacht geweest! Van de vijftig soorten sprinkhanen en krekels die nu in Nederland leven, zijn er maar liefst twaalf sinds 1990 bijgekomen. En er zijn maar twee soorten uit Nederland verdwenen, de Europese treksprinkhaan en de klappersprinkhaan.’ De atlas verscheen in 1997, in 2015 werd een tweede atlasproject afgerond en tegenwoordig worden jaarlijks trends in verspreiding van sprinkhanen en krekels berekend.
‘De huidige belangstelling voor insecten vergroot het draagvlak voor bescherming’
‘Het is leuk dat door de projecten de interesse voor deze insecten groeide. We begonnen in 1990 met vijftien vrijwillige tellers, inmiddels doen honderden mensen mee. Maar ook andere insecten hebben onder een breed publiek veel meer belangstelling gekregen. Dat kon gebeuren doordat het veld toegankelijker is geworden. Vroeger was er een hoge drempel om met insecten aan de slag te gaan. Je was aangewezen op moeilijke boeken en moest een microscoop hebben. Dankzij apps van Waarneming.nl voor automatische beeldherkenning en de Soortzoekers van Naturalis op internet is het veel makkelijker geworden om soorten op naam te brengen en informatie te vinden. EIS ondersteunt specialisten en stimuleert alle geïnteresseerden. Daarom geven we naast specialistische literatuur tegenwoordig ook het magazine Insecten uit.’ EIS zelf groeide mee. Toen Kleukers in 1999 directeur werd, waren er twee medewerkers. Het zijn er nu zeventien. ‘Ik heb bewust ingezet op groei. EIS stelde ondernemende onderzoekers aan die opdrachten binnenhalen van organisaties als Natuurmonumenten en overheden. Daarbij proberen we aan te haken bij de actualiteit, zoals toen Nijmeegse biologen publiceerden over de achteruitgang van vliegende insecten in natuurgebieden in Duitsland. Dat was voor mij een eyeopener. Ik wist dat insecten verdwenen uit agrarisch gebied, maar nu bleek dat gifstoffen uit de landbouw ook ver daarbuiten schade aanrichten. Aan soortgelijk onderzoek dat vervolgens in Nederland is uitgevoerd hebben wij meegewerkt.
Kansen
‘De huidige belangstelling voor insecten vergroot het draagvlak voor bescherming. Enkele soorten zijn beschermd vanwege de Europese Habitatrichtlijn, en die volgen we. Ook soorten op rode lijsten houden we in de gaten. Maar om insecten in het algemeen te beschermen kun je er het beste op toezien dat hun leefgebieden in orde zijn.’ De achteruitgang daarvan is zorgelijk, maar Kleukers ziet ook kansen: ‘Twee derde van het Nederlands grondoppervlak is in gebruik voor landbouw. De kans wordt steeds reëler dat een deel daarvan wordt omgezet in woongebied en natuurgebied. Daar zullen insecten enorm van profiteren, dus over hun toekomst ben ik positief.’
YouTube
En om iedereen te laten zien hoe leuk insecten zijn, maakt hij filmpjes en zet die op een eigen YouTube-kanaal. ‘Ik wilde iets toevoegen aan de vele foto’s die er zijn. Om filmpjes te maken heb je niet veel niet nodig: een camera met macrolens en statief – en geduld natuurlijk. Ik breng in beeld hoe insecten eten en paren en hoe sprinkhanen hun poep wegschieten. Dat levert soms iets nieuws op. Zo bracht ik twee mannelijke moerassprinkhanen in beeld die hevig zitten te trillen om elkaar af te weren. Dat gedrag was onbekend. Wie oog heeft voor insecten, hoeft zich nooit te vervelen.’
1 In de gedrukte versie staat abusievelijk Jaarlijkse Entomologendag (GvM, 26 november)